Jonathan van het Reve
Columns

Therapeutische statistiek

4 oktober 2014

Matthijs van Nieuwkerk had zichzelf zo vreselijk opgenaaid over het gevaar van terrorisme dat hij door filosoof Rob Wijnberg en kamerlid Jesse Klaver moest worden gekalmeerd. Bij Buitenhof werd een paar dagen later op vergelijkbare wijze Paul Witteman gerustgesteld: Jan Terlouw en Arnon Grunberg verzekerden hem dat het in Nederland momenteel géén oorlog is. Echt niet? Nee, echt niet.
    Zoals vaker bij het temperen van angst voor terreur, werd ook in deze talkshows weer flink met statistieken gezwaaid. Wist u bijvoorbeeld dat het verkeer veel dodelijker is dan terrorisme? Sterker nog: je maakt meer kans om door de bliksem te worden getroffen dan door een aanslag! Heel geruststellend, maar slaat het ook ergens op?
    In Nederland sterven per jaar zo’n zeshonderd mensen op de weg. De moord op Theo van Gogh is tien jaar geleden, en als we die uitsmeren tot 0,1 dode per jaar, is dat dus zesduizend keer minder - een enorm verschil. Maar wat men lijkt te vergeten, is dat de impact van zo’n terreurdaad veel groter is dan die van een anonieme verkeersdode. Het is onzin om de angst voor terreur te reduceren tot de kans dat je zelf wordt gedood: de gedachte dat er een kunstenaar kan worden vermoord om zijn mening, is óók eng - enger dan dat er ‘gewoon’ weer een vreemde zal verongelukken.
    Een ander groot verschil tussen verkeer en terreur, is dat je in het verkeer zelf aan het stuur zit. Je doet een gordel om, je houdt afstand, je koopt geen motorfiets - helemaal veilig ben je nooit, maar het helpt allemaal. En juist omdat je je bewust bent van het gevaar, ben je tijdens het rijden constant waakzaam. Maar hoe wijk je uit voor terreur? Dat kan niet, en juist dat maakt het zo eng.
    Ook bliksem, hoe absurd en willekeurig ook, is redelijk behapbaar. Het aantal mensen dat jaarlijks wordt getroffen neemt al heel lang af, en ligt nu rond de tien, van wie er een à twee overlijden. Ook dat is meer dan door terrorisme, maar de mensen die risico lopen - zwemmers, voetballers, boeren - zijn zich er goed van bewust: als het onweer nadert, gaan ze schuilen. Uitgesproken politici en tv-figuren lopen ongetwijfeld meer gevaar van terrorisme, maar zij kunnen niks doen. Anders gezegd: de bliksem zou veel enger zijn als hij af en toe op klaarlichte dag een islamcriticus zou roosteren.
    In tegenstelling tot verkeersdoden of ziekte, is terreur geen stabiel proces dat elk jaar een procentje meer of minder wordt: het zijn unieke gebeurtenissen die ineens een heleboel slachtoffers kunnen maken. De huidige situatie (terugkerende Syriëgangers) is daarom veel relevanter dan cijfers over de laatste paar jaar. Kijk maar naar Londen, Madrid en New York: die hebben wél grote aanslagen gehad, maar is de kans op terreurdoden daar nu vijftig, tweehonderd of drieduizend keer hoger dan hier? Natuurlijk niet - net zo min als de kans om door een monstertruck te worden gedood nu veel hoger is dan vorige maand.

De Volkskrant, 4 oktober 2014


< vorige overzicht volgende >
Weblog
Twitter
Boek
Columns
Biografie
Contact