Jonathan van het Reve
Columns

Je mag het zeggen... (5 & 6)

29 januari 2013

Voor 3 & 4: zie hier.

5) De premier: ‘gebruik humor, als het moet’



PvdA-voorzitter Hans Spekman kreeg onlangs veel bijval voor zijn oproep aan premier Rutte om een ‘beschavingsoffensief’ te leiden tegen dom gescheld op internet. Rutte werd er op zijn wekelijkse persconferentie naar gevraagd en zei: ‘Ik zou iedereen willen oproepen om het debat stévig te voeren, in de meest duidelijke bewoordingen. Als het moet, maak gebruik van humor. Maak gebruik van understatement. Maak gebruik van ironie. Maar zoek de grens bij beschaving.’
    Het leverde hem complimenten op, maar, zoals altijd wanneer een minister oproept tot fatsoen, was er ook verontwaardiging. Waarom? Omdat de premier, via zijn parlementaire meerderheid, bepaalt wat in Nederland wel en niet is toegestaan. Als hij dan ook nog dingen gaat roepen over wat er bínnen die wettelijke grenzen zou moeten gebeuren, voelt het alsof hij buiten zijn boekje gaat. Natuurlijk mág hij er iets over zeggen, net zoals u en ik en Marco Borsato dat mogen, maar doordat zulke woorden uit de mond van de premier zwaarder lijken te wegen, roepen ze heftigere reacties op. Stel je voor dat een scheidsrechter opeens roept dat er vaker moet worden overgespeeld.
    En wat bepaald niet hielp, was dat hij het volk zo nadrukkelijk toestemming gaf om ‘stevig’ te debatteren, met (als het moet!) humor en ironie. Dat leek hem wellicht nodig ter compensatie van zijn betutteling, maar juist die toevoeging maakt het pas écht betuttelend – alsof je moeder een ‘vet stoere’ trui voor je koopt.

6) Dat is taboe!

Verreweg de meeste gevallen waarin iemand beweert dat je iets niet ‘mag’ zeggen, bedoelt hij dat het een taboe is. Maar verwarrend genoeg bedoelt hij meestal niet dat het voor hém een taboe is: het is een taboe voor ánderen, hijzelf praat er juist wel over. Vaak zelfs.
    Maar wat is een taboe? Zeggen dat je pedofiel bent is bijna nergens bon ton, maar verder is er vooral grote verdeeldheid over wat je wel en niet ‘kunt’ zeggen. Zo gelooft een deel van Nederland dat er slechts een paar eenzame stemmetjes klinken tegen de oprukkende islam, massaal verguisd en tegengewerkt door de politiek correcte media. Maar als je in het andere kamp gaat informeren, hoor je dat schelden op moslims al járen geen taboe meer is, dat Wilders het debat volledig domineert en dat het tegenwoordig welhaast ‘verboden’ is om iets relativerends over de islam te zeggen.
    Dat kan niet allebei waar zijn. Maar omdat de indruk bestaat dat de weerstand die je ondervindt iets zegt over de juistheid van je standpunt, klampt iedereen zich vast aan zijn eigen taboes, als een kakofonisch koor van roependen in de woestijn.

Voor 7: lees hier verder


< vorige overzicht volgende >
Weblog
Twitter
Boek
Columns
Biografie
Contact