Jonathan van het Reve
Columns

We zijn verslaafd!

29 december 2012

“We zijn verslaafd geraakt aan digitale snacks en moeten op dieet.” Sander Duivestein (Verkenningsinstituut voor Nieuwe Technologie), NRC Handelsblad, maandag 24 december & dinsdag 25 december 2012

We hebben een probleem. Volgens de Slow Tech-beweging, waar de NRC deze week twee pagina’s aan wijdde, leidt ons veelvuldige gebruik van Facebook, Twitter en smartphones tot de vreselijkste rampen: vervlakking, egotripperij, verlies van privacy en geheugen, geestesziekte, sensatiezucht en zelfs terreur.
    Op internet ontstond grote hilariteit over het stuk, maar er is ook medestand: vorige week schreef columnist Luuk Koelman bijvoorbeeld al op Webwereld.nl: ‘Snelheid boven alles. Dat is hoe wij denken optimaal van het internet te profiteren. Meer smaken zijn er niet. Treurig, hè? Daarom moeten we af van het idee dat internet een digitale snelweg is, enkel gebouwd om de waan-van-de-dag-karavaan (lees: social media) ruim baan te geven.’
    Dergelijke geluiden, die doen denken aan bezorgdheid over de 24-uurseconomie en de klassieke verzuchting dat wij tegenwoordig zo materialistisch zijn, hoor je steeds vaker. Er is veel onaardigs te zeggen over zulk gefilosofeer, en dat gebeurt ook, maar het gekste eraan is misschien wel het woordje ‘wij’, dat terugkomt in bijna elke redenering over het onderwerp: ‘Wij zijn verslaafd!’
    Het gebruik van ‘wij’ is altijd link, maar niet altijd verkeerd. Je kunt je best afvragen waarom ‘wij’ niet meer in grotten wonen en waarom ‘wij’ nog steeds een koningshuis hebben. Wij, moderne mensen, bedoel je dan, of wij, Nederlanders. Maar zodra het specifieker wordt, gaat het mis: ‘Waarom groeten wij elkaar niet meer op straat? Waarom eten wij bij McDonalds? Waarom hebben wij zo’n hekel aan buitenlanders?’
    Deze vorm zie je vaak als mensen het volk bestraffend toespreken maar bang zijn om als dominee te worden gezien. Zelf groeten ze hun buren, eten ze gezond en staan ze open voor alle culturen, maar uit retorische overwegingen spreken ze van ‘wij’, alsof ze zich vooral niet verheven voelen boven het tuig dat ze de les lezen.
    Maar in dit geval is het juist andersom: Koelman en Duivestein en veel andere mensen die ‘last hebben’ van sociale media zitten wel degelijk zelf in de ‘wij’-groep, sterker nog, dat is waar ze over klagen! Ze horen bij een groep, namelijk de mensen die veel facebooken, maar dat bevalt ze dus niet. En in plaats van dat ze ophouden met facebooken, gaan ze zich hardop afvragen of die hele kudde, waar ze zelf dus bijhoren, wel goed bezig is.
    Waarom toch? Altruïsme? Willen ze iedereen redden, zelfs de tevreden gebruikers die niet eens weten dat ze een probleem hebben? Of durven ze niet, zijn ze bang dat als ze zelf niet meer iedere dertig seconden op hun smartphone kijken, dat de rest het dan veel leuker heeft dan zij? In dat geval doen ze denken aan iemand met een drankprobleem die, zijn negentiende biertje in de hand, in een volle kroeg staat te brullen dat alcohol gevaarlijk is, dat je met thee en limonade ook best een leuke avond kunt hebben, en dat we misschien maar eens wat minder moeten gaan drinken, met z’n allen.

De Volkskrant
, 29 december 2012


< vorige overzicht volgende >
Weblog
Twitter
Boek
Columns
Biografie
Contact