Jonathan van het Reve
Columns

Het recht om te kwetsen

17 november 2012

“Als je mag kwetsen met woorden is er volgens mij als vanzelf een recht om te kwetsen met wapens.” – Arthur Japin, De Volkskrant (Vonk), 10 november 2012

Schelden kan pijn doen. Wie dat ontkent, heeft het interview met Arthur Japin in de Vonk van vorige week niet gelezen. De pesterijen die de schrijver als kind heeft ondergaan waren zo heftig dat het een wonder is dat hij, na zo veel jaren psychische terreur, zijn zelfvertrouwen ooit heeft kunnen herwinnen. Japin weet dus als geen ander hoe pijnlijk woorden kunnen zijn, maar de statement die hij aan het eind van het interview maakt, komt toch als een verrassing:
    ‘Mag ik dit ook nog zeggen: na de moord op Theo van Gogh kwam de roep om te mogen beledigen, het recht op kwetsen. Het werd verdedigd alsof het een mensenrecht is. Ik vind dat verschrikkelijk. Als je mag kwetsen met woorden is er volgens mij als vanzelf een recht om te kwetsen met wapens. Kwetsen met woorden is erger, verwoestender.’
    Ja, dat mag hij zeggen. Veel lezers zullen het er grondig mee oneens zijn, maar het is een legitiem standpunt. De meeste mensen worden waarschijnlijk liever een klootzak genoemd dan dat ze een klap krijgen, maar Japin ziet dat dus andersom: liever een klap dan een verbale vernedering. Een ongebruikelijke opvatting, maar volkomen subjectief en dus niet zomaar te weerleggen.
    Toch dient zich een probleem aan, want hoe vergelijk je twee zulke verschillende grootheden eigenlijk? Als een kaakslag bijvoorbeeld minder erg is dan een scheldkanonnade, hoe lang moet je iemand dan sarren voordat je een mes tussen je ribben verdient? Dat klinkt flauw, maar het is wel waar het betoog van Japin om draait, en ook waar zijn opvallendste voorbeeld uit voortvloeit: door Van Gogh erbij te betrekken, wekt hij de indruk dat de moord in zijn ogen gerechtvaardigd was, of in elk geval een proportionele reactie op de kwetsende uitingen van Van Gogh. Dat kun je natuurlijk vinden, maar ook Japin moet toch inzien dat er een tamelijk fundamenteel verschil zit in het feit dat hij momenteel boeken verkoopt en interviews geeft over zijn helse jeugd, terwijl Van Gogh sinds hij is afgeslacht geen column meer heeft kunnen schrijven.
    Japin is vast geen voorstander van geweld. Hij zegt weliswaar: ‘Als anonieme pesters op internet mogen, mogen ook sluipschutters’, maar daarmee bedoelt hij waarschijnlijk niet dat er sluipschutters moeten komen. Hij bedoelt dat het allebei verboden moet zijn.
    Ook dat mag hij vinden, maar zolang hij zijn theorie niet verder uitwerkt is het moeilijk om er iets mee te doen. Hij pleit sowieso voor een aanzienlijke beperking van de uitingsvrijheid, maar het is volstrekt onduidelijk hoe hij het zich in de praktijk voorstelt. Zo is er bijvoorbeeld een groot verschil tussen kinderen die elkaar treiteren in de klas en volwassenen die een religie bekritiseren, moet dat allemaal op één hoop? Hoe bepaal je of iemand écht gekwetst is, en wat moet de strafmaat zijn? Als nu, bijvoorbeeld, blijkt dat de nabestaanden van Van Gogh zich door het betoog van Japin gekwetst voelen, verdient hij dan strafregels?

De Volkskrant, 17 november 2012



< vorige overzicht volgende >
Weblog
Twitter
Boek
Columns
Biografie
Contact