Jonathan van het Reve
Columns

Altijd doorrijden?

27 juli 2012

Naar aanleiding van twee recente gevallen stond woensdag een groot stuk in Het Parool over mensen die doorrijden na een ongeluk. De taxichauffeur die op de Torontobrug over een meisje heen reed is nog niet gevonden, maar de scooterrijder van de Ceintuurbaan, van wie het nummerbord was genoteerd nadat hij een vrouw had geschept, heeft zich al snel bij de politie gemeld. En, hoewel doorrijden na een ongeluk in Nederland verboden is, krijgt deze jongen geen extra straf.
    Want, zo staat in het artikel: ‘Doorrijders kunnen zich maximaal twaalf uur later zonder verdere gevolgen melden bij de politie. Daarmee houdt [de politie] rekening met de mensen die in eerste instantie geschrokken zijn en uit paniek zijn doorgereden.’
    Dat is vreemd.
    Het lijkt een sympathieke truc: justitie wil niet dat de straf die juist bedoeld is om te zorgen dat mensen niet doorrijden, een blokkade gaat vormen voor mensen die zich de volgende ochtend alsnog willen melden; het gaat er tenslotte om dat we de schuldige vinden. Maar als je mensen twaalf uur de tijd geeft om zich te bedenken, heeft de strafbaarheid van doorrijden dan eigenlijk nog wel nut?
    Stel: ik ben de advocaat van een snelle jongen die regelmatig door de stad scheurt en al jaren weigert een bril te nemen. Hij vraagt mij advies voor de volgende keer dat hij een ongelukje maakt: stoppen of doorrijden? Dat hangt natuurlijk van de situatie af, zal ik hem vertellen, en moreel gezien is doorrijden altijd verwerpelijk, maar op basis van deze twaalf-uursregel zou ik hem moeten adviseren om in principe altijd door te rijden. Eenmaal thuis kan mijn cliënt dan rustig afwachten wat het journaal hem vertelt: is het slachtoffer zwaargewond? Heeft iemand een nummerbord gezien? Denkt men dat de bestuurder te hard reed?
    Vervolgens kan hij op basis van deze informatie in alle rust een goede afweging maken. Als het allemaal reuze meevalt, kan hij zich best melden. Als het nummerbord (deels) bekend is en er zit een grote deuk in de motorkap van zijn Ferrari, heeft wachten sowieso geen zin: integendeel, na twaalf uur wordt het doorrijden alsnog strafbaar, en ze vinden hem toch wel. Maar als het slachtoffer dood is, er zijn geen camerabeelden, mijn cliënt reed veel te hard en de enige getuige heeft een totaal verkeerde beschrijving van de auto gegeven – dan zou mijn cliënt er zomaar voor kunnen kiezen om zich niet aan te geven.
    Ik neem aan dat de twaalf-uursregel netto iets oplevert, zeker bij paniek-doorrijders, maar het voelt toch verkeerd dat rationele schurken op deze manier gratis bedenktijd wordt geboden, zodat het altijd in hun belang is om door te rijden.

Het Parool, 27 juni 2012



< vorige overzicht volgende >
Weblog
Twitter
Boek
Columns
Biografie
Contact